Er waren toch wel wat verwachtingen als je het gebouw van straatkant bekeek. Omheind en een poort voor een oprijlaan die na wat opsmuk- en snoeiwerk wel statig genoemd kan worden. Nu die minder statig was, zorgde dit er wel voor dat we wat aan het zicht onttrokken werden.
Eenmaal binnen viel de teleurstelling echter met bakken over ons. Renovatie om de ruimtes op te delen in aparte kamers stonden ondertussen al zelf te verkommeren. IJzeren profielen en gyproc platen hingen half aaneen. Eén gang restte nog en leverde de enige foto. Twee maanden later zou dit door groen onkruid nog enigszins een deftig beeld leveren maar het was te vroeg op het jaar om al groen te hebben. Restte alleen een troosteloze aanblik.
Bij het verlaten van het terrein blokkeerde een zwaarlijvige Italiaanse oudere reus onze weg. Hij ging ons tegenhouden omdat we daar -volgens hem- geen zaken hadden. Hij kon zich nog net inhouden om geen fysiek geweld te gebruiken. Onze auto stond verderop geparkeerd en hij volgde ons druk bellend tot daar. Zijn compaan volgde met zijn autootje. Had hij zijn wagentje voor ons gezet dan stonden we blok. Nu echter konden we gewoon doorrijden en bleef het wagentje achtervolgen. Geen partij echter voor de kracht van onze bolide al kenden wij onze weg niet en reden we wel eens in een doodlopende straat. Op die manier toch nog wat meer herinneringen aan deze palazzo.
